Onder Willem II van den Bergh wordt in 1461 voor het eerst een tuin op de Vinckenberch genoemd. Het woord ‘tuyn’ verwees destijds niet alleen naar beplanting, maar vooral naar een omheind stuk grond. Juist die omheining maakte het gebied herkenbaar als tuin.
De tuin had eeuwenlang een dubbele functie. Ze was een plek om te wandelen, te pronken en gasten te ontvangen, maar leverde ook voedsel aan het kasteel. Fruitbomen, groenten, kruiden, bloemen, beelden en waterpartijen liepen hier in elkaar over.
De huidige inrichting maakt die lange geschiedenis opnieuw zichtbaar. Oude lijnen zijn teruggebracht, historische vormen zijn vertaald naar baksteen en in de boomgaard groeien rassen die passen bij het karakter van een oude landgoedtuin.


